Enkele kenmerkenden eigenschappen van simulatieprogramma’s zijn:
De programma’s zijn gebaseerd
op een model. Dit betekent dat er reken- or redeneerregels zijn die de
ontwikkeling van het gesimuleerde systeem bepalen.
Studenten kunnen met het model ‘spelen’ door
waarden van invoervariabelen te
veranderen. Vervolgens kunnen ze observeren wat er met de waarden
van uitvoervariabelen (de door de simulatie berekende waarden) gebeurt.
Het veranderen van waarden van invoervariabelen en het observeren van de waardenverandering van uitvoervariabelen vindt plaats via een simulatie-interface. Dit is een visuele representatie van de simulatie.
Simulaties die voor het onderwijs gemaakt zijn, bevatten meestal instructieondersteuning in de vorm van opdrachten, hulpmiddelen en extra achtergrondinformatie.
Wat is een game?
Henny Leemkuil en Ton de Jong geven in het hoofdstuk ‘Games en gaming’
uit het Kluwer Katern ‘ICT in het onderwijs: the Next Generation’ een
zeer complete definitie van games:
"Games zijn competitieve, gesitueerde, interactieve (leer)omgevingen, gebaseerd op een set van regels en/of een onderliggend model, waarin - met inachtneming van een aantal beperkingen - onder onzekere omstandigheden een uitdagend doel nagestreefd wordt."
Het komt vaak voor dat games simulatie-elementen bevatten. Een voorbeeld hiervan is een managementsimulatie waarbij de teams tegen elkaar concurreren en er na elke periode een ranglijst wordt gemaakt. Dit soort games worden ook wel simulation games genoemd. Op de website Game Research is een uitgebreidere beschrijving van simulation games te vinden.
Klik hier voor voorbeelden van games.
Game versus simulatie
Het grote verschil tussen een game en een simulatie is dat in een
simulatie een competitie-element en een toevals/verrassingselement
ontbreekt. Daarnaast hebben simulaties meestal een ander doel, namelijk
het ontdekken van onderliggende principes (die zijn vastgelegd in het
simulatiemodel) terwijl een game als doel heeft een bepaalde toestand te
bereiken. De speler heeft in simulaties in een bepaald opzicht
meer vrijheid dan in games (bijv. de speler kan zelf bepaalde doelen
stellen en hoeft minder rekening te houden met beperkte resources of met
de consequenties van zijn acties). In games kunnen acties over het
algemeen niet teruggedraaid worden en gaat het spel telkens verder vanaf
de veranderde situatie die is ontstaan door de acties van de spelers en
het systeem. In simulaties kunnen de spelers dezelfde situatie vrij
eenvoudig nog een keer doorlopen en hebben ze meer mogelijkheden om te
experimenteren.
Jos van der Werf, projectleider van Gristos, zegt hierover: "Het verschil tussen een simulatie en een game is dat een simulatie een vaste regelset heeft. Games daarentegen bevatten gefixeerde regels die als het ware van buitenaf opgelegd worden. Daarnaast kunnen en moeten de deelnemers ook zelf regels vastleggen."